Dogcases                                          
 Inspired by Bandhu Hondenfotografie & Dogcase hondengedragstherapie, coaching en begeleiding van (jonge) honden *  Verrassend Anders  *                                                                    

Hersenvoer voor honden? De invloed van voeding op het gedrag.

BARF? Kant-en-klaar voedsel? Koken voor de hond? Onder hondenbezitters wordt de kwestie van de juiste voeding fel besproken, waarbij de eigen mening wordt gepresenteerd met bijna fundamentalistische ijver. Meestal gaan deze discussies over het 'hoe', minder vaak over het 'wat'. De ingrediënten van hondenvoer, hetzij rauw of gekookt, hebben echter een grote invloed op het gedrag van het dier. Welke gedragsbeïnvloedende boodschapperstoffen (neurotransmitters) en hormonen worden gevormd hangt namelijk grotendeels af van welke basisstoffen daarvoor men de hond voert.

Veel proteïne = goed voer?

Voor veel hondenbezitters is een hoog gehalte aan proteïnen synoniem aan voedsel van hoge kwaliteit. Maar is dat echt waar? Waarvoor is proteïne nodig, hoe beïnvloedt het de hond?

Proteïne is eiwit dat aanwezig is in elke lichaamscel, daarom is het een vitaal onderdeel van voedsel. Honden die fysiek flink belast worden, of bijvoorbeeld puppy's in de groei, hebben een hogere eiwitbehoefte om hun spiermassa te verkrijgen. Hoe meer er fysiek van een hond verlangd wordt, hoe hoger zijn eiwitbehoefte is. ‘Fysiek belast’ moet echter niet worden gelijkgesteld met ‘twee keer per week behendigheid doen’; voor een gezonde volwassen hond is dat een fluitje van een cent. 
Dat ligt heel anders voor een Husky die getraind wordt om te racen, of voor een Oudduitse herder die enorme afstanden aflegt tijdens het hoeden en de hele dag op pad is. Ook speciale fysieke belastingen verhogen de eiwitbehoefte. Deze omvatten ziekte of de herstelfase na een ziekte, zwangerschap en zogen. Naast de hoeveelheid eiwitten is ook de kwaliteit ervan bepalend voor de eiwitvoorziening. En als er te weinig koolhydraten en vetten worden gevoerd, wordt het eiwit niet alleen gebruikt om de cellen op te bouwen, maar ook als een directe energiebron.

De kleinste component van eiwitten zijn de aminozuren. Tot nu toe zijn er in totaal 22 aminozuren bekend. Belangrijk zijn de zogenaamde essentiële aminozuren, omdat die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud. Zij kunnen niet worden opgebouwd door de hond zelf, de hond moet deze uit zijn voedsel halen. Een paar van deze essentiële aminozuren komen we in de loop van dit artikel opnieuw tegen als het gaat om de gedragsmatige invloed van voeding. 
Niet alleen de eiwitsamenstelling van het voedsel, maar ook het eiwitgehalte heeft invloed op het gedrag. Roger Mugford toonde aan dat het verminderen van het eiwitgehalte van het totale dieet tot 15 - 18 procent leidt tot minder agressief gedrag bij honden. Aan de andere kant melden veel hondenbezitters dat een toename van het eiwitgehalte leidt tot meer agressiviteit en ook activiteit van hun honden. Ik kan dat alleen maar bevestigen met mijn Beagles. De studie van Mugford liet zien dat, met name bij territoriale agressie, een vermindering van het eiwitgehalte het gedrag kan verbeteren (Mugford, 1987).

Dit maakt het des te onbegrijpelijker dat op veel fronten koolhydraten in hondenvoer worden gedemoniseerd en dat alleen een hondenvoer met een hoog eiwitgehalte als van hoge kwaliteit wordt beschouwd. Men kan er niet vaak genoeg op wijzen dat honden geen pure carnivoren zijn maar eerder carni-omnivoren, dus vlees- en alleseters! Een recente studie toonde aan dat honden in tegenstelling tot wolven prima in staat zijn om koolhydraten te verteren en dat ze een andere samenstelling van spijsverteringsenzymen hebben. Drie enzymen die nodig zijn voor de splitsing en omzetting van zetmeel, komen bij de hond in aanzienlijk grotere hoeveelheden voor dan bij de wolf en hebben een veel hogere activiteit. Dit suggereert dat de aanpassing van carnivoren aan een zetmeelrijk dieet mogelijk een cruciale stap was in de vroege domesticatie van honden. De evolutie is niet aan de hond voorbijgegaan zonder sporen achter te laten. Andersom zou dat overigens verbazingwekkend zijn... 
Dat honden geen koolhydraten mogen gebruiken of zouden moeten krijgen, hoort dan ook in het laatje van mythen en misverstanden.

Tryptofaan, grondstof voor het gelukshormoon

Niet alleen het totale eiwitgehalte beïnvloedt het gedrag, maar ook de samenstelling van het gevoede eiwit. Het onderwerp van veel onderzoek is het essentiële aminozuur tryptofaan, grondstof voor de stemmingsverbeterende neurotransmitter serotonine. Serotonine wordt vaak het 'gelukshormoon' genoemd omdat het leidt tot meer evenwichtig gedrag en een positievere gemoedstoestand. Het remt impulsiviteit en agressie en is een belangrijke hormonale antagonist (tegenspeler) van stresshormonen. Daarnaast is bekend dat een serotonine-tekort kan leiden tot depressie en agressief gedrag. 
Voeding kan het serotonineniveau beïnvloeden via de basisbouwsteen van serotonine, het aromatische aminozuur tryptofaan. Tryptofaan wordt onder bepaalde omstandigheden in de hersenen omgezet in serotonine. Als essentieel aminozuur kan tryptofaan niet door het lichaam worden aangemaakt; het moet worden geleverd door de voeding.

Studies hebben aangetoond dat niet het absolute gehalte aan tryptofaan bepalend is, maar het relatieve. Het hangt er dus vanaf hoe hoog het tryptofaangehalte is in vergelijking tot alle andere aminozuren. Als je het eiwitgehalte van het dieet verhoogt heb je naast veel andere aminozuren ook een hoger gehalte aan tryptofaan. Je zult daarmee echter geen positief effect op het gedrag bereiken, omdat je dan automatisch ook het niveau van alle andere aminozuren verhoogt. 
Concrete studies (DeNapoli 2000) hebben uitgewezen dat een eiwitreductie in combinatie met een toename van het aandeel tryptofaan, dus een toename van het relatieve tryptofaangehalte, positieve effecten laat zien, vooral bij territoriale agressie. De resultaten waren anders bij statusgerelateerde agressie. Hier is de toevoeging van tryptofaan aan een eiwitrijk dieet of het alleen verminderen van het eiwitgehalte nuttig gebleken.

Als je wilt profiteren van het effect van tryptofaan of serotonine, kun je overschakelen op bepaalde soorten vlees die worden gekenmerkt door een relatief hoog tryptofaangehalte, of een voedingssupplement gebruiken. Een bijzonder tryptofaanrijke vleessoort is bijvoorbeeld lamsvlees. Maar de vakhandel biedt inmiddels ook een groot aantal voedingssupplementen op basis van tryptofaan. 
Verdermoet worden opgemerkt dat tryptofaan alleen onder bepaalde omstandigheden in de hersenen terechtkomt en daar kan worden omgezet in serotonine. Het is belangrijk dat je daarbij extra koolhydraten voert, wat automatisch wordt bereikt door het eiwitgehalte te verlagen. Zorg ervoor dat de hond voldoende magnesium, vitamine B6 en foliumzuur beschikbaar heeft, omdat deze stoffen nodig zijn voor de vorming van serotonine. Als er een tekort aan foliumzuur, vitamine B6 of magnesium is, heeft zelfs de beste tryptofaanvoorziening geen nut...

Maïs in hondenvoer?

Keer op keer hoor je dat maïs schadelijk is in hondenvoer. Maar is maïs echt zo slecht als zijn reputatie? Een duidelijk ja èn nee is het antwoord! Maïs heeft twee cruciale eigenschappen waarmee je rekening moet houden in de context van gedragsbeïnvloeding door voeding. Aan de ene kant heeft het een extreem laag tryptofaangehalte. Dat is problematisch bij onstabiele, gestresste of angstige honden, omdat dit het relatieve gehalte aan tryptofaan onder alle andere aminozuren vermindert. Het resultaat is een laag serotonineniveau. Voor honden die onder stress staan is een maishoudende voeding daarom niet geschikt, omdat deze honden serotonine nodig hebben als een antagonist (tegenpool) van het stresshormoon cortisol.

Maar maïs heeft een andere eigenschap die kan worden benut: het bevat een enzym dat snelheidsremmend is bij de vorming van zogenaamde catecholamines. Catecholamines zijn de stresshormonen uit de bijniermerg. Deze omvatten het zogenaamde 'vluchthormoon' adrenaline, het zogenaamde 'vechthormoon' noradrenaline (norepinefrine) en de 'zelfbeloningsdrug' dopamine. De catecholamines hebben een stimulerend effect en veroorzaken actief gedrag. Het enzym in maïs vertraagt de vorming van deze catecholamines, wat resulteert in rustiger gedrag. Dit effect kan maïs nuttig maken voor bijvoorbeeld hyperactieve honden of baljunkies, die worden aangestuurd door dopamine. Bij honden die tegelijkertijd instabiel zijn, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het aanbod van voldoende tryptofaan toch gegarandeerd is. 
Ook de basisstof van de catecholamines, het aminozuur fenylalanine, kan het gedrag beïnvloeden. Hoe meer van dit aminozuur aanwezig is, hoe meer catecholamines daaruit kunnen worden gesynthetiseerd. Veel fenylalanine wordt bijvoorbeeld aangetroffen in rundvlees, wild of in slachtafval. Daarom hebben deze voedingsmiddelen niets te zoeken in het dieet van dolgedraaide, hyperactieve honden.

Mineralen en sporenelementen

Aan het magnesium dat genoemd wordt in de context van tryptofaansynthese, ook wel aangeduid als het 'zout van innerlijke rust', worden stressdempende eigenschappen toegeschreven. Het beïnvloedt de productie van stresshormonen - als het lichaam voldoende van dit mineraal wordt voorzien, kan dit een verhoogde afgifte van cortisol tegengaan. Magnesium dempt ook de opwindingsoverdracht van de zenuwen die stress veroorzaken. Het sympathische zenuwstelsel wordt teruggeschakeld, ontspanning is mogelijk.

Stress verhoogt de behoefte aan magnesium, als gevolg van een verhoogd verbruik van het mineraal in de cellen en extra uitscheiding van de stof. De catecholamines die vrijkomen bij stress reduceren de intracellulaire magnesiumconcentratie, zodat er bij stresstoestanden in het algemeen een hogere magnesiumbehoefte bestaat. Voor een hond die onder permanente stress staat, moet de magnesiumvoorziening worden gewaarborgd. 
Ook studies bij kinderen met ADD zijn in deze context interessant, omdat die laten zien dat er bijna altijd sprake is van een laag magnesiumgehalte in het geval van een aandachtstekort. Magnesiumsuppletie heeft bewezen succesvol te zijn in het verhogen van de aandachtsspanne. Onderzoekers geloven dat dit gerelateerd is aan zowel de kalmerende effecten van magnesium als aan het feit dat magnesium de hersenactiviteit verhoogt.

Ook aan de B-vitamines worden gedragsbeïnvloedende effecten toegeschreven. Een Australisch dubbelblind onderzoek uit 2011 toonde aan dat, in tegenstelling tot de placebogroep, bij proefpersonen die een vitamine B-complex kregen zowel de belastbaarheid van de zenuwen als het concentratievermogen verhoogden. Dat terwijl het stressniveaus, stressgerelateerde concentratiestoornissen en stressgerelateerde angst, depressie- en stemmingsstoornissen merkbaar afnamen. Een tekort aan B-vitamines (foliumzuur en vitamine B12) kan leiden tot dementie, depressie en paniekaanvallen. Een goede optie om foliumzuur en vitamine B12 aan te vullen, die de meeste honden graag accepteren, is biergist. Die bevat naast de genoemde ingrediënten ook magnesium en zink, waaraan eveneens stressverlagende eigenschappen toegedicht worden.

Verdere mogelijkheden om gedrag te beïnvloeden

Een andere manier om gedrag te beïnvloeden is bijvoorbeeld een 'mini-eiwit' waarvan de kalmerende en angstverlagende effecten zijn bewezen. Het is alfa-casozepine, het werkzame bestanddeel van het voedingssupplement Zylkène. Het actieve ingrediënt is geïsoleerd uit koemelk en versterkt het kalmerende effect van de neurotransmitter GABA, die angst- en stressverlichtend is. Een glas warme melk helpt zelfs jonge kinderen om beter in slaap te vallen.

Vetzuren hebben ook invloed op het gedrag, althans daarvoor bestaan aanwijzingen. Aan de universiteit van Pavia bleek bijvoorbeeld dat herdershonden met verhoogd agressiegedrag een lager gehalte aan omega-6-vetzuren hebben en dus een hogere verhouding omega-6 tot omega-3-vetzuren hebben dan in een vergelijkingsgroep. Er zijn ook studies die staven dat honden die opvielen door agressie een lager cholesterolgehalte hebben dan honden zonder agressieproblemen. Wat hier de kip is en wat het ei, moet nog worden onderzocht.

Gedragstherapie vanuit de voerbak?

Deze korte excursie naar de wereld van de voedingsingrediënten en hun effect op het gedrag laat al zien dat er een nauw verband bestaat tussen voeding en gedrag. Alleen een verandering in de voeding zal zeker niet helpen bij gedragsproblemen, tenzij ook de omgeving van de hond verandert. Het kan echter wel de deur openen voor succesvolle training en een doorbraak creëren bij honden die tot dusver niet reageren op pogingen om het gedrag bij te sturen.

Het is echter nauwelijks mogelijk om in een artikel concrete voedingsadviezen of doseringsinstructies te geven. Een adequate aanpassing van het voedsel vraagt een exacte kennis van het persoonlijkheidstype, het probleemgedrag en de aan dit probleemgedrag ten grondslag liggende hormonen en neurotransmitters. Maar als je je er echter meer in verdiept, is het type-adequaat voeden van de hond zeker een verder mozaïeksteentje in de integrale therapie van honden met gedragsproblemen.

Begripsverklaring: 
Adrenaline: 'vluchthormoon'.
Alpha-casozepine: 'mini-eiwit' met kalmerende en angstverminderende effecten (actief bestanddeel van het voedingssupplement Zylkène). 

Aminozuren: de kleinste bouwstenen van eiwitten. 
Essentiële aminozuren: zijn van levensbelang en kunnen niet door de hond zelf worden geproduceerd, daarom moeten ze via het voer worden toegevoerd. 
Carni-omnivoren: vlees- en alleseters 
Catecholamines: stresshormonen uit de bijniermerg. 
Cortisol: een 'stresshormoon' geproduceerd in de bijnierschors. 
Dopamine: 'zelfbeloningsdrug' 
Fenylalanine: een aminozuur, een van de bouwstenen van proteïnen (eiwitten). 
GABA: γ-aminoboterzuur, een neurotransmitter die angst- en stressverlichtend is. 
Noradrenaline: 'vechthormoon' 
Serotonine: het 'gelukshormoon' dat bijdraagt tot meer evenwichtig gedrag en een positievere stemming. 
Tryptofaan: een essentieel aminozuur, de basisbouwsteen voor de stemmingsbevorderende neurotransmitter serotonine.

Sophie Strodtbeck, 
december 2015.

Sophie Strodtbeck (* 1975) voltooide in 2002 haar studie tot dierenarts aan de Ludwig-Maximilians-Universitat München. Ze deed beroepservaring op in verschillende praktijken. Sinds langere tijd is ze verantwoordelijk voor veterinaire zaken in een hondenschool en ze biedt samen met Udo Ganslosser veterinair gedragsdeskundige consulten aan. Daarnaast schrijft ze artikelen voor verschillende hondenbladen en deelt ze momenteel haar leven met vier eigen honden.

Met dank aan Alfred Ballast voor de vertaling van het artikel (http://hundemagazin.ch/brainfood-fuer-hunde-der-einfluss-der-ernaehrung-auf-das-verhalten-2/)